Scheelzien (strabisme)

Waarom scheelzien meer is dan alleen een ‘schoonheidsfoutje’.”

Een oog dat naar binnen draait of juist wat naar buiten wijkt? We noemen dat in de volksmond scheelzien, maar dokters gebruiken de term strabisme. Het is een afwijking waarbij je ogen niet precies op hetzelfde punt gericht staan. Soms doet één oog ‘eigenwijs’, maar in andere gevallen hebben beide ogen een afwijkende stand.

strabisme

Hoe werken onze oogspieren?

Eigenlijk is het een kwestie van teamwork.

Elk oog heeft zes oogspieren die ervoor zorgen dat we alle kanten op kunnen kijken.

Staan je ogen recht? Dan zijn die spieren perfect in balans.

Bij scheelzien ontbreekt dat evenwicht. Je hersenen ontvangen dan van beide ogen een ander beeld, en dat veroorzaakt verwarring!

De oorzaak van scheelzien

Scheelzien kan aangeboren zijn, maar het kan ook op latere leeftijd de kop opsteken. De exacte reden achterhalen we niet altijd, maar we weten wel dat deze factoren een rol spelen:

1. Erfelijkheid

strabisme

Als een van de ouders scheelziet, heeft een kind een aanzienlijk hogere kans om dit ook te ontwikkelen.

Het gaat vaak om een aangeboren aanleg voor een afwijkende oogstand of een specifieke bouw van de oogkas en oogspieren die generaties lang wordt doorgegeven.

2. De verkeerde bril

strabisme

Dit komt vaak voor bij verziendheid (hypermetropie).

Omdat het oog zich extreem moet inspannen om scherp te stellen (accommoderen), trekken de oogspieren te hard naar binnen.

Een juiste brilsterkte ontspant de ogen, waardoor ze weer recht gaan staan.

3. Ziekte of ongeval

strabisme

Dit ontstaat wanneer de hersenzenuwen (de ‘elektriciteitskabels’ van je ogen) beschadigd raken door bijvoorbeeld een klap tegen het hoofd, een infectie of een vasculaire aandoening.

De spier krijgt geen signaal meer en verslapt, waardoor het oog ‘wegzakt’.

Symptomen van scheelzien

Je zou denken dat je scheelzien altijd meteen ziet, maar niets is minder waar!

Soms is de afwijking zo subtiel dat we spreken van een verborgen vorm: latent strabismus. Dit komt ontzettend vaak voor en kan ongemerkt voor vervelende oogklachten zorgen. Soms staan de ogen keurig recht, behalve wanneer je naar iets in de verte tuurt, juist heel dichtbij focust of in een specifieke richting kijkt. Dan pas speelt de balans de ogen parten.

Welke klachten je ervaart, hangt vooral af van het moment waarop het scheelzien ontstaat. Er is namelijk een groot verschil tussen jong en oud:

1. Bij de allerkleinsten: pas op voor het luie oog!

strabisme

Wanneer een kind scheelziet, krijgen de hersenen twee verschillende beelden binnen. Dat zorgt voor dubbelzien (diplopie).

Kinderhersenen tot ongeveer 8 jaar zijn echter ontzettend slim: ze schakelen het ‘afwijkende’ beeld gewoon uit. Het kind ziet niet langer dubbel, maar het uitgeschakelde oog verleert het kijken.

Het resultaat? Een lui oog. Als je dit niet op jonge leeftijd aanpakt, verliest het oog zijn scherpte en ontwikkelt het zicht zich nooit volledig.

Een slechte zaak die we natuurlijk liever voorkomen!

2. Op latere leeftijd: dubbelzien en hoofdpijn

strabisme

Ontstaat scheelzien pas als je ouder bent?

Dan trekken je hersenen die truc met het uitschakelen niet meer.

Ze kunnen de dubbele beelden niet onderdrukken, waardoor je letterlijk alles dubbel ziet.

Dit gaat vaak hand in hand met vervelende hoofdpijn omdat je ogen constant vechten voor een scherp beeld.

De vormen van scheelzien

Bij scheelzien kan een oog werkelijk alle kanten opdraaien: naar binnen, naar buiten, naar boven of naar onder. Soms is het zelfs een combinatie, waarbij het ene oog richting de neus kijkt en het andere naar boven. Voor een leek klinkt het misschien ingewikkeld, maar je hebt verschillende vormen van scheelzien:

1. Esotropie (naar binnen gericht)

strabisme

Dit is de meest voorkomende vorm van scheelzien.

Het wordt vaak veroorzaakt door een sterke verziendheid waarbij de ogen te hard moeten “accommoderen” (scherpstellen), waardoor ze naar de neus trekken.

Bij baby’s kan dit soms tijdelijk zijn, maar het behoeft altijd controle om een lui oog te voorkomen.

2. Exotropie (Naar buiten gericht)

strabisme

Bij deze vorm wijkt een oog af naar de slaap.

Het komt vaak voor wanneer iemand moe is, droomt of in de verte staart.

Het kan ook “intermitterend” zijn, wat betekent dat het oog het grootste deel van de tijd recht staat, maar soms ‘wegzakt’.

3. Hypertropie (Naar boven gericht)

strabisme

Dit is een verticale vorm van scheelzien die minder vaak voorkomt.

Het is meestal het gevolg van een zwakte in de spieren die het oog naar beneden moeten trekken, of een probleem met de zenuwbanen.

Mensen met hypertropie houden hun hoofd vaak een beetje schuin om het beeld recht te trekken.

4. Hypotropie (Naar beneden gericht)

strabisme

Hierbij staat het afwijkende oog lager dan het fixerende oog.

Dit kan aangeboren zijn, maar ontstaat op latere leeftijd ook wel eens na een breuk van de oogkas (bijvoorbeeld door een sportongeval) waarbij een oogspier bekneld raakt.

Behandeling van scheelzien

Gelukkig hoef je niet met die dubbele beelden of die onrustige blik te blijven rondlopen. Er zijn verschillende manieren om de balans in je ogen te herstellen. Welke aanpak er wordt gekozen, hangt natuurlijk af van de situatie:

1. De oogpleister

strabisme

Dit is de gouden standaard voor het aanpakken van een lui oog (amblyopie).

Door het sterke oog af te plakken, krijgt de visuele schors in de hersenen geen input meer van dat oog en móéten ze wel de signalen van het zwakkere oog gaan verwerken.

Dit werkt alleen als de hersenen nog volop in ontwikkeling zijn (tot ca. 8 à 10 jaar).

2. Een bril of training

strabisme

Soms is een bril met prisma’s of de juiste sterkte al genoeg om de ogen te laten ontspannen, waardoor ze weer recht gaan staan.

Daarnaast zijn er orthoptische oefeningen (oogfitness) die de spierbeheersing en de ‘fusie’ (het samensmelten van twee beelden tot één) versterken.

3. De scheelziensoperatie

strabisme

= Strabismuscorrectie

Als een bril of pleister de stand niet genoeg corrigeert, grijpt de oogarts in op de ‘ophanging’ van het oog.

De oogspieren worden niet letterlijk doorgeknipt, maar een paar millimeter verplaatst op de oogbol (verzwakt) of ingekort (versterkt) om de treksterkte te veranderen.

Het resultaat is vaak direct na de ingreep zichtbaar.

wie ben ik

Brillen zijn mijn passie

Ik ben Dirk, zaakvoerder van optiekzaak Optic-Services.

“Gepassioneerd met mijn vak bezig zijn. Dat drijft mij om voor elke klant de beste totaaloplossing te vinden, de mooiste bril uit te zoeken en de beste kijkoplossing aan te bieden.”

Persoonlijke begeleiding

Ik neem uitgebreid de tijd voor advies dat bij jouw gezicht en karakter past.

Vakmanschap

Als gediplomeerd opticien- optometrist sta ik garant voor een professionele oogmeting en technisch hoogwaardige glazen.

Duurzaamheid en kwaliteit

Ik kies bewust voor collecties en materialen waar je jarenlang plezier aan hebt.

Gun je ogen de beste zorg.

Maak vandaag nog een afspraak of kom langs voor een uitgebreide oogmeting.

Scroll naar boven